;
Publicaties

De onbetaalde factuur bij een failliete BV, laat het er niet zo makkelijk bij zitten!

By september 20, 2017 No Comments

Uit onderzoek blijkt dat schuldeisers snel de handdoek in de ring gooien bij het faillissement van een B.V. omdat in het grootste gedeelte van de faillissementen toch niet wordt toegekomen aan enige uitkering aan (concurrente) schuldeisers. Maar is dat wel terecht? Met de invoering van de “Flex-B.V.” per 1 oktober 2012 is het vele malen makkelijker geworden om een B.V. op te richten, maar om fraude tegen te gaan zijn ook de mogelijkheden voor bestuurdersaansprakelijkheid verruimd. Dit zorgt ervoor dat een bestuurder van een B.V. vaker en makkelijker persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de schulden van de B.V.. Hierdoor blijven schuldeisers van de B.V. minder vaak met lege handen achter, maar u moet dan maar net de juiste wegen weten te bewandelen.

Het uitgangspunt bij een B.V. is dat de bestuurders niet aansprakelijk zijn voor de schulden van de onderneming. De B.V. bezit immers rechtspersoonlijkheid op grond waarvan het een zelfstandig bestaansrecht heeft. Schuldeisers kunnen in het geval van een faillissement derhalve alleen het vermogen van de failliete B.V. aanspreken en krijgen te maken met de curator die het vermogen in kaart gaat brengen en netjes zal verdelen.

Uit de laatste cijfers van het CBS blijkt dat in 2016 in totaal 4,4 miljard Euro aan onbetaalde schulden is overgebleven na opheffing van het faillissement. Het aandeel van de failliete B.V.’s in dit bedrag was 90,7%. Geen wonder dat veel ondernemers daarom hun vordering meteen afschrijven als de schuldenaar een failliete B.V. blijkt te zijn.

Gooi de handdoek niet zomaar in de ring!
Wat veel schuldeisers zich echter niet realiseren is dat er op de hoofregel uitzonderingen zijn. Met de invoering van de “Flex-B.V.” per 1 oktober 2012 is het vele malen makkelijker geworden om een B.V. op te richten, maar om fraude tegen te gaan zijn ook de mogelijkheden voor bestuurdersaansprakelijkheid verruimd. Dit zorgt ervoor dat een bestuurder van een B.V. vaker en makkelijker persoonlijk aansprakelijk kan worden gesteld voor de schulden van de B.V.

In dat geval spreekt men van bestuurdersaansprakelijkheid. Bestuurdersaansprakelijkheid is aan de orde als het bestuur haar taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De wet noemt expliciet twee voorbeelden hiervan:
• Het niet juist en volledig bijhouden van de boekhouding;
• Het niet tijdig deponeren van de jaarrekening;

Uit de jurisprudentie zijn echter ook een aantal andere gronden naar voren gekomen. Zo is een bestuurder bijvoorbeeld persoonlijk aansprakelijk als hij overeenkomsten is aangegaan waarvan hij wist of redelijkerwijs behoorde te weten dat de B.V. niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de omzet van de B.V. reeds geruime tijd terugloopt en op het randje van een faillissement balanceert maar toch omvangrijke verplichtingen blijft aangaan. Deze grond wordt ook wel “lichtvaardig contracteren” genoemd. Daarnaast is een van de meer bekendere vormen van bestuurdersaansprakelijkheid het “leegtrekken” van de B.V. vlak voordat het faillissement is aangevraagd. Dikwijls bestaat dit vermoeden maar kan daar niet de zere vinger op worden gelegd. De faillissementsverslagen van de curator vormen daarvoor vaak een goede bron van informatie.

Overigens geldt deze bestuurdersaansprakelijkheid eveneens voor degene die weliswaar niet als bestuurder stond geregistreerd maar wel het beleid heeft bepaald of mede heeft bepaald van de B.V..

Conclusie: vaak zijn er echt nog mogelijkheden voor u!
Ook na een faillissement van de B.V. zijn er voor schuldeisers vaak dus nog mogelijkheden om hun onbetaalde vordering te verhalen. Als schuldeiser moet je echter maar net weten de juiste weg te bewandelen.

MKB Juristen bezit de expertise om u juist en volledig bij te staan. We kennen de klappen van de zweep en graven dieper waar anderen stoppen. U zult niet de eerste zijn waarvoor wij alsnog weten een openstaande vordering te innen nadat het faillissement al is afgesloten.